Predikant

Onlangs sprak ik in de kerk over Marcus 10, 32-45. Ik startte met een wat filosofische vraag; waarom geloof je eigenlijk?

Uit gewoonte…

Door een bijzonder ervaring…

Omdat de kerk een fijn clubje mensen is om bij te horen…

Vanuit een persoonlijk doorleefde overtuiging…

Vanwege de belofte van God…?

Het is goed om jezelf en/of elkaar eens te bevragen naar je beweegredenen. Niet omdat er goede en foute redenen zijn, maar wel omdat het goed is om je eigen redenen scherp te hebben.

Wanneer Jezus met zijn leerlingen onderweg is naar Jeruzalem vertelt hij zijn leerlingen een aantal keer, drie om precies te zijn, wat Hem daar te wachten staat. Hij spreekt over zijn lijden, sterven en opstanding. Zo probeert hij hen voor te bereiden op iets wat nauwelijks te bevatten is.

En dan komen Jacobus en Johannes daar met een vraag. ‘Meester, we willen dat u voor ons doet, wat we u vragen… Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.’ Die mannen begrijpen vaag iets van wat er te gebeuren staat. Iets met vervolging, iets met lijden, maar uiteindelijk een glorievolle toekomst. En met name dat laatste lijkt deze twee mannen wel aan te spreken.

De vraag van Jacobus en Johannes is er een vanuit onbegrip. Ondanks alles wat Jezus hen al verteld en geleerd heeft, fantaseren deze twee mannen nog altijd over de uiteindelijke aardse glorie en overwinning en proberen ze daar hun graantje in mee te pikken. Is dat gek? Is dat fout? Het is vooral heel menselijk. We moeten vooral niet denken dat wij het beter zouden hebben gedaan dan deze twee.

Denk maar eens serieus na over de vraag waarom je gelooft. Onwillekeurig hebben we daarin allemaal onze momenten wel, waarop je je beter voelt, meer waard voelt dan een ander, juist omdat je gelooft.

Jezus spreekt stevige taal in reactie op deze vraag. Hij leert hen hoe belangrijk het is jezelf niet op de voorgrond te plaatsen, Hij benadrukt hoe belangrijk het is om elkaar te dienen.

Die andere leerlingen nemen het Jacobus en Johannes kwalijk dat ze deze vraag gesteld hebben, maar Jezus begrijpt wel dat zij diep in hun hart ook wel die plaatsen naast Jezus zouden willen hebben.

Wil je de belangrijkste zijn, zul je anderen moeten dienen.

Maar met het dienen van anderen, kun je je waarde niet afdwingen.

Het volgen van Jezus kost je nogal wat. De volgelingen van Jezus zullen in die tijd letterlijk de angst gevoeld en ervaren hebben. Maar iets daarvan zouden wij vandaag de dag ook wel mogen/moeten voelen. Het volgen van Jezus is niet zomaar simpel, het is niet zomaar een ander helpen. Als je leerling van Jezus wilt zijn dan levert dat problemen en moeilijkheden op. Je kunt vervolging ervaren, of dat je belachelijk gemaakt wordt. Het leven wordt er echt niet zomaar makkelijker van. Je wordt geroepen om dienstbaar te zijn aan een ander, wie dat dan ook maar is. Ongeacht of jij dat ziet zitten, ongeacht of het jou uitkomt. Je wordt gevraagd anders te zijn dan de wereld waarin je leeft, hoe moeilijk je dat misschien ook vindt.

Als je dit allemaal alleen maar doet om er zelf beter van te worden, om maar de belangrijkste te kunnen zijn, dat werkt niet. Daarvoor is deze weg te lastig. Op deze manier dienen kun je alleen doen vanuit een innig verbonden-zijn met Jezus.

Het ultieme dienen van Jezus kunnen wij niet evenaren. Hij gaf zijn leven als losprijs voor velen. Maar Hij is wel onze inspiratiebron. Hij heeft het ons voorgedaan en met vallen en opstaan gaan we achter Hem aan. Net als zijn leerlingen. Ze waren niet perfect, maar toch gingen ze achter Hem aan, en bleven ze proberen.

Je zult ook merken dat je op deze weg steeds minder werkt vanuit de idee dat je de belangrijkste wilt zijn. Alles komt in een ander licht te staan. Het gaat steeds minder om jou en om wat jij doet, maar om Jezus en om wat Hij gedaan heeft.

Word een instrument in Gods hand. Word gevoelig voor wat Hij van je vraagt, door gebed, door je houding. Dienen krijgt dan misschien wel een heel ander karakter, een heel andere dimensie dan wat je zelf onder dienen verstaan had! Het is de wereld op z’n kop. Laat God je ogen openen voor wat je kunt en mag doen en dat kunnen dan zomaar heel andere dingen zijn dan je gedacht had!

Zegenrijke groet,

Ds Judith Visser