Predikant

Psalm 119: 105

Uw woord is een lamp voor mijn voet,

een licht op mijn pad.

Deze woorden uit psalm 119 (de langste psalm in de bijbel, met wel 176 verzen) zijn misschien ook wel bekend als een makkelijk te zingen kinderliedje (ELB 262). Een paar woorden die al heel veel vertellen over de inhoud van deze lange psalm.

Het thema van deze psalm mag duidelijk zijn: het Woord van God. En dit thema wordt op verschillende manieren beschreven, belicht, besproken en bezongen. Het lijkt een herhaling, maar veel meer is het een manier om te laten zien hoe veelzijdig Gods woord is en dat je er niet met een enkele zin iets over zeggen kan. Maar al die verschillende beschrijvingen, benaderingen, hebben we nodig om een compleet en rijk beeld van Gods Woord te krijgen.

Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

We zingen ze niet voor niets al als kinderversje. Het zijn belangrijke woorden, die we onze kinderen ook al goed willen inprenten en meegeven.

Met deze woorden wordt een beeld geschetst van ons leven als een wandeling, meer een reis, door deze wereld. Naast alle mooie en vreugdevolle momenten in een mensenleven is er ook altijd de confrontatie met de narigheid van het leven, de duisternis van deze wereld. De wereld is immers een gebroken wereld, een wereld waar God niet zomaar vanzelfsprekend een plek heeft, en geloofd wordt.

Daar waar ons pad de duisternis ingaat worden we in deze psalm opgeroepen daar niet verder te wandelen tenzij je het licht-gevende-Woord van God bij je hebt. Anders zou je vallen, de weg kwijt raken en  jezelf verliezen in het duister.

Hoe houden we dat Licht-gevende-Woord bij ons? Door er voortdurend in te lezen, het te overdenken, te zoeken naar het praktische wat we kunnen gebruiken in ons dagelijkse leven.

Het beeld dat de psalmschrijver voor ogen moet hebben gehad is een beeld van een stad zonder vaste, kunstmatige verlichting, zonder lantaarnpalen. Zo waren de steden vroeger, in zijn tijd. Iedereen die daar in het donker buiten wandelde had een fakkel bij zich, zodat ze niet zouden struikelen of in de vieze goot terecht zouden komen. Die fakkel hadden ze toen echt nodig om het pad voor zich te verlichten.

’s Nachts een lamp, overdag een licht. De psalmist gebruikt Gods Woord dag en nacht als richtlijn. Want wie in het duister wandelt, zal vroeg of laat een keer struikelen. Dat is gewoon zo. Maar ook op een andere manier. Wie wandelt in het duister, wie zich bezighoudt met van alles dat niet van God is, zal vroeg of laat een keer struikelen. Je zult een keer merken dat het niet langer zo gaat, dat je vastloopt, dat er geen uitweg meer is en dat je manier van leven niet de voldoening geeft die je zocht.

Maar wie wandelt in het licht, overdag en ’s nachts, die zal niet struikelen. Die komt ook moeilijkheden tegen, plekken om te struikelen, maar met behulp van het licht valt hij niet.

Het is geweldig fijn als het pad voor je uit verlicht wordt, zodat je ziet waar je je voeten neer kunt zetten zonder te struikelen en te vallen. Maar het is geen schijnwerper die ver voor ons uit de weg laat zien.

Het is een lamp, en bedenk wel dat een lamp voor je voet eigenlijk helemaal niet zo makkelijk is! Een zendeling die zich een keer ’s nachts door een bergachtig gebied moest verplaatsen, ontdekte dat. Het enige wat hij had was een olielamp en als hij die laag bij de grond hield, kon hij net zien waar hij zijn voet moest neerzetten. Maar verder zag hij niets. Hij kon iedere keer net die ene stap zien, maar niet wat daarna kwam.

Zo leidt God ons stap voor stap en we moeten helemaal op Hem vertrouwen. Terwijl we zo graag een licht op ons pad zouden hebben, een flinke schijnwerper, die je van te voren laat zien welke bocht je moet nemen… Maar soms geeft God alleen het schijnsel van een lampje en zegt Hij dat als je op Hem vertrouwt, je zeker en veilig het doel van de reis zult behalen.

Zegenrijke groet,

Ds Judith Visser